Search

Voor particulieren

Eindejaar 2025 en een blik op 2026 voor alle ondernemers

Eindejaar 2025 en een blik op 2026 voor alle ondernemers

Het Register Belastingadviseurs heeft voor jou, als ondernemer, nuttige tips en aandachtspunten op een rij gezet. Heb je nog vragen of opmerkingen? Neem dan contact op met TopBalance en vraag naar jouw RB adviseur.

1 Benut resterende vrije ruimte in de WKR
Benut de vrije ruimte voor de werkkostenregeling (WKR) goed. Heb je nog ongebruikte ruimte? Dan kun je 
misschien dit jaar jouw werknemers nog belastingvrije vergoedingen of verstrekkingen geven. Je kunt een ongebruikt deel van de vrije ruimte niet doorschuiven naar volgend jaar. Je hoeft de afrekening van de werkkostenregeling over het jaar 2025 (eindheffing werkkostenregeling van 80% van de boven de vrije ruimte uitkomende als eindheffing aangewezen vergoedingen en verstrekkingen) pas mee te nemen in de aangifte loonheffingen over februari 2026. Deze aangifte verzorg en betaal je in maart 2026.

Tip!
In 2025 is de vrije ruimte over de eerste € 400.000 van de loonsom 2%. Daarboven geldt een percentage van 1,18%. In 2026 blijft het percentage over de eerste € 400.000 van de loonsom 2%. Mocht je verwachten dat in 2026 de vrije ruimte boven de eerste € 400.000 uitkomt dan kan het voordelig zijn om een deel van de vergoedingen en verstrekkingen van volgend jaar naar voren te halen.


Pas eventueel de concernregeling toe. Dan ontstaat in feite een gezamenlijke vrije ruimte die uitgewisseld kan worden tussen concernmaatschappijen.

Let op!
Als je gebruik maakt van de concernregeling kan in 2025 maar één keer gebruik worden gemaakt van de vrije ruimte over de eerste € 400.000 van de loonsom. Raadpleeg jouw RB over wat voordeliger is: het onderling uitwisselen van ongebruikte vrije ruimte of meermaals gebruik maken van de vrije ruimte over de eerste € 400.000 van de loonsom.


Tip!
Leg schriftelijk en tijdig (vooraf!) vast dat je vergoedingen en verstrekkingen hebt aangewezen en welke dit zijn. Dit voorkomt veel discussies met de Belastingdienst. Weet dat tot een totaalbedrag van € 2.400 per werknemer per jaar de Belastingdienst er in beginsel van uit gaat dat voldaan is aan de gebruikelijkheidstoets.


2 Gerichte vrijstelling voor thuiswerken
Een werkgever mag (onder voorwaarden) aan haar werknemer een onbelaste vergoeding per thuiswerkdag geven. Voor 2025 is deze vergoeding € 2,40. Voor 2026 wordt deze vergoeding waarschijnlijk € 2,45. Voor werknemers die structureel thuiswerken geldt een praktische regeling, waardoor onder voorwaarden een vaste vergoeding mag worden gegeven.


Tip!
Wil je gebruik gaan maken van deze gerichte vrijstelling? Raadpleeg jouw RB.


Let op!
Werkt de werknemer op dezelfde dag thuis en op kantoor, dan kunnen de reiskostenvergoeding en de thuiswerkvergoeding niet allebei worden toegepast. De werkgever moet kiezen tussen één van beide. Heeft de werknemer een auto of fiets van de zaak of beschikt hij  over een OV-chipkaart of OV-abonnement, dan kan op de dag dat daarvan gebruik wordt gemaakt voor woon-werk verkeer, geen thuiswerkvergoeding worden gegeven. Is sprake van een vaste vergoeding voor thuiswerken en woning-werkverkeer, dan hoeven deze vergoedingen bij een incidentele afwijking van het thuiswerkpatroon niet te worden aangepast.


3 Kies jaarlijks wel of geen toepassing 30%-regeling
Heb je zogenoemde extraterritoriale (inkomende of uitgezonden) werknemers in dienst? Dan moet je vanaf 2023 jaarlijks kiezen of je hun werkelijke extraterritoriale kosten vergoedt of dat je gebruik maakt van de zogenoemde 30%-regeling. Die keuze wordt gemaakt in het eerste loontijdvak van het jaar waarin je deze kosten vergoedt. Als binnen vier maanden na de eerste tewerkstelling van een ingekomen werknemer een 30%-beschikking wordt aangevraagd, dan geldt het eerste loontijdvak na die vier maanden als keuzetijdvak voor de rest van het jaar.

Let op!
Vanaf 2027 wordt het percentage van de 30%-regeling verlaagd naar een constant forfait van 27%. Expats die voor 2025 al gebruik  maakten van de regeling behouden het percentage van 30%. Per 1 januari 2025 is de partiële buitenlandse belastingplicht komen te  vervallen. Voor werknemers die de 30%-regeling al vóór 2024 hadden, geldt overgangsrecht tot 1 januari 2027. Houdt er rekening mee  dat als gekozen is voor vergoeding van werkelijke extraterritoriale kosten deze regeling per 2026 wordt versoberd in die zin dat de extra kosten van levensonderhoud (waaronder gas, water, licht en andere nutsvoorzieningen) niet meer vallen onder de gerichte vrijstelling. Ook uitgaven voor gesprekskosten voor privédoeleinden vallen niet meer onder de gerichte vrijstelling. Andere extraterritoriale kosten zoals dubbele huisvestingskosten kunnen nog wel onbelast worden vergoed of verstrekt.


4 Anticipeer op extra heffing op niet-elektrische personenauto’s van de zaak
Waarschijnlijk komt er vanaf 2027 een pseudo-eindheffing van 12% over de cataloguswaarde (incl. btw en bpm) van een door de werkgever ter beschikking gestelde fossiele (waaronder hybride) personenauto, die de werknemer ook privé mag gebruiken. Voor deze regeling geldt woon-werkverkeer als privé. Voor auto’s ouder dan 25 jaar wordt hierbij uitgegaan van de waarde in het economische verkeer. De werkgever mag deze eindheffing niet verhalen op de werknemer. De regeling geldt overigens niet voor bestelauto’s (met uitzondering voor personenbusjes voor zorgvervoer).


Let op!
Als overgangsregeling is voorgesteld dat voor niet elektrische auto’s die voor 2027 aan een werknemer ter beschikking zijn gesteld tot 17 september 2030 de extra heffing niet geldt. Na die datum is de werkgever over die auto wel de pseudo-eindheffing verschuldigd.


Tip!
Let bij het afsluiten van nieuwe leasecontracten voor fossiele personenauto’s op de duur ervan. Herzie indien mogelijk jouw leaseregeling voor jouw werknemers.


5 Vervroeg aanschaf elektrische auto naar 2025
Met ingang van 2026 geldt er geen verlaagd tarief meer voor de bijtelling wegens privégebruik van elektrische auto’s die vanaf dat moment voor het eerst op kenteken worden gezet. Bij aanschaf of afsluiten van een leaseregeling van elektrische auto’s van de zaak in 2025 kan nog gedurende 60 maanden gebruikt worden gemaakt van de 17%-bijtelling over de cataloguswaarde tot € 30.000 en 22% over het meerdere. Wordt een dergelijke auto vanaf 2026 voor het eerst op kenteken gezet, dan geldt een bijtelling van 22% over  de gehele cataloguswaarde.


Tip!
Bereken of afkoop van een huidige leaseregeling voor een elektrische auto van de zaak die (begin) 2026 afloopt gevolgd door afsluiten  van een nieuw contract voor een (voorraad)auto die dit jaar nog op naam kan worden gezet voordeliger is dan het afsluiten van een nieuw contract na de jaarwisseling.


6 Benut vrijstelling fietsen van de zaak die niet thuis worden gestald
Voor fietsen die je als werkgever ter beschikking stelt aan jouw werknemers en die zij ook privé mogen gebruiken, geldt een bijtelling van 7% per jaar over de aanschafwaarde. Als de fiets voor woon-werkverkeer wordt gebruikt telt dat in dit geval als privégebruik. Bij  deelfietsen, OV-fietsen en dergelijke kan dit tot ongewenste bijtellingen leiden. Daarom is de regeling ingevoerd om geen bijtelling meer  toe te passen als de ter beschikking gestelde fiets niet of slechts incidenteel (niet meer dan 10% van de tijd) bij het woon- of verblijfsadres van de werknemer wordt gestald. Voor een fiets die op een station gestald is en wordt gebruikt voor de overbrugging van  de laatste kilometers naar de werkplek hoeft dus geen bijtelling meer plaats te vinden.


Let op!
Deze nieuwe regeling werkt terug tot 1 januari 2020. Eventueel gedane bijtellingen voor fietsen die niet thuis worden gestald kun je door de Belastingdienst laten corrigeren.


7 Fiscale subsidie: gebruik het loonkostenvoordeel
Als werkgever kun je een loonkostenvoordeel (LKV) krijgen voor oudere of arbeidsgehandicapte werknemers. Ga snel na of je het LKV  kunt krijgen. Het LKV wordt alleen toegekend als er een doelgroepverklaring is afgegeven aan de werknemer. Er kan dan direct in de  aangiften loonheffing rekening mee worden gehouden. De volgende loonkostenvoordelen kunnen worden aangevraagd:

  • LKV oudere werknemer;
  • LKV arbeidsgehandicapte werknemer;
  • LKV doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden;
  • LKV herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer.

Jouw werknemer (of jij, als jouw werknemer je machtigt) moet binnen drie maanden nadat de werknemer bij je in dienst is getreden de doelgroepverklaring aanvragen bij het UWV of de gemeente. Na die drie maanden heeft de werknemer geen recht meer op die doelgroepverklaring en kun je geen LKV meer aanvragen voor jouw werknemer. De voorwaarden voor het LKV herplaatsen van een  arbeidsgehandicapte werknemer zijn per 1 januari 2025 verruimd. Het loonkostenvoordeel voor oudere werknemers wordt stapsgewijs afgebouwd voor dienstbetrekkingen die zijn begonnen op of na 1 januari 2024. In 2026 is dit loonkostenvoordeel alleen nog  mogelijk voor dienstbetrekkingen die voor 1 januari 2024 zijn aangevangen.

Tip!
Om voor jouw werknemer LKV te kunnen ontvangen, moet je een kopie van de doelgroepverklaring van jouw werknemer hebben. Zorg ervoor dat je jouw werknemer daarvan tijdig op de hoogte brengt. 


8 Onbelaste vergoeding voor het woon-werkverkeer wordt niet verhoogd
Werkgevers kunnen werknemers een belastingvrije vergoeding geven voor de kosten van het reizen van huis naar een vaste arbeidsplaats. Die onbelaste vergoeding is in 2025 € 0,23 per kilometer, voor de heen- én de terugreis. In 2026 blijft deze onbelaste vergoeding € 0,23 per kilometer. Werknemers die structureel tussen woonplaats en vaste arbeidsplaats reizen, kunnen onder  voorwaarden een vaste vergoeding ontvangen. Wil je gebruik gaan maken van deze gerichte vrijstelling in combinatie met een  thuiswerkvergoeding? Neem dan contact op met jouw RB om te bekijken wat de mogelijkheden zijn.


Let op!
Werkt de werknemer op dezelfde dag thuis en op kantoor, dan kunnen de reiskostenvergoeding en de thuiswerkvergoeding niet allebei  worden toegepast.


9 Dien jouw WBSO-aanvraag op tijd in!
Werkgevers kunnen via de WBSO een fiscale tegemoetkoming krijgen voor innovatiekosten. Dit omvat salariskosten en overige kosten  van innovatie. Vraag de WBSO vooraf online aan bij RVO (www.rvo.nl). Als je over 2025 WBSO hebt aangevraagd en een S&O-verklaring  hebt ontvangen dat kun je vanaf medio februari 2026 melden wat je in 2025 hebt gerealiseerd. Deze mededeling realisatie moet je, ter voorkoming van een boete, doen voor 31 maart 2026.


Let op!
Dien jouw aanvraag voor de eerste periode van 2026 uiterlijk 20 december 2025 in bij RVO.


10 Informatieverstrekking uitbetaalde bedragen aan derden
Werkgevers zijn verplicht informatie te verstrekken aan de Belastingdienst over uitbetaalde bedragen aan derden waarop geen loonheffingen zijn ingehouden. Als je dergelijke betalingen doet aan een natuurlijk persoon, moet je de Belastingdienst informeren  over een aantal zaken, waaronder: naam, adres, woonplaats, geboortedatum, burgerservicenummer (BSN) en de in het kalenderjaar  betaalde bedragen inclusief kostenvergoedingen. De informatieplicht geldt niet voor, onder andere, betalingen aan werknemers,  artiesten, beroepssporters, of vrijwilligers. Ook geldt de informatieplicht niet voor personen die een factuur met btw hebben uitgereikt,  mits die factuur voldoet aan de eisen van de Wet op de omzetbelasting 1968. Ook indien de omzetbelasting wordt verlegd, dien je een  overzicht te verstrekken van de uitbetaalde bedragen. Voor 2025 kun je u de informatie aanleveren in de loop van het jaar zelf, maar  uiterlijk in januari 2026.


Tip!
Begin tijdig met het in kaart brengen voor welke personen je aan deze informatieplicht moet voldoen en ga na of je over alle  noodzakelijke gegevens (BSN!) beschikt.


11 Betaal minder belasting: benut de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek
Ben je van plan om te investeren in jouw onderneming? Mogelijk is het voordelig om dat nog dit jaar te doen of kun je die investering juist beter (gedeeltelijk) uitstellen tot 2026. Op die manier kun je optimaal gebruik maken van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) en betaal je minder belasting. Voor de KIA moet je minimaal € 2.900 aan investeringen doen. Investeer je meer dan € 392.230 (2025), dan heb je geen recht op de KIA. Investeringen tot € 450 tellen niet mee. De KIA geldt zowel voor nieuwe als gebruikte bedrijfsmiddelen. Voor sommige bedrijfsmiddelen kun je geen KIA krijgen, zoals grond, woningen en personenauto’s. 


Let op!
Als het bedrijfsmiddel waarin is geïnvesteerd in 2025 nog niet in gebruik is genomen, wordt de KIA beperkt tot het bedrag dat aan het eind van 2025 is betaald. Het meerdere is dan aftrekbaar in 2026. Je kunt de KIA in 2025 echter nog wel optimaal benutten als je een aanbetaling doet die gelijk is aan het bedrag van de KIA voor dat bedrijfsmiddel. 


Tip!
Ben je vergeten om de investeringsaftrek toe te passen in jouw aangifte, dan kun je binnen vijf jaar nog een verzoek doen om deze alsnog toe te passen.


12 Benut de energie- en milieu-investeringsaftrek
Naast kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) kun je ook recht hebben op energie-investeringsaftrek (EIA) als je investeert in bepaalde energiezuinige bedrijfsmiddelen of milieuinvesteringsaftrek (MIA) als je bepaalde milieuvriendelijke investeringen doet. De EIA bedraagt 40% van de investering. De MIA bedraagt afhankelijk van het bedrijfsmiddel 27%, 36% of 45%. Alleen investeringen in nieuwe bedrijfsmiddelen komen voor de EIA of MIA in aanmerking. Kleine investeringen tot een bedrag van € 2.500 komen niet voor EIA of MIA in aanmerking. Je krijgt alleen EIA of MIA als de investeringen binnen drie maanden na het aangaan van de verplichting digitaal via het e-loket op mijn.rvo.nl zijn gemeld. Aan de hand van de energielijst of de milieulijst (te raadplegen op de site www.rvo.nl) kun je bepalen of een bedrijfsmiddel in aanmerking komt voor EIA of MIA.


13 Voorkom een desinvesteringsbijtelling
Heb je in de afgelopen vijf jaar investeringsaftrek toegepast? En verkoop je het bedrijfsmiddel weer? Dan krijg je misschien te maken met de desinvesteringsbijtelling. Dit is een bijtelling bij de winst van jouw onderneming, waardoor je dus een stukje van de eerdere investeringsaftrek moet terugbetalen. De bijtelling geldt alleen als je voor meer dan € 2.900 aan bedrijfsmiddelen vervreemdt.

Tip!
Heb je in 2021 met investeringsaftrek geïnvesteerd in een bedrijfsmiddel? Als je dat bedrijfsmiddel gaat afstoten, kun je de  desinvesteringsbijtelling voorkomen door de verkoop uit te stellen tot begin 2026. 


14 Voorkom bijtelling bestelauto’s voor personeel
Heeft jouw onderneming bestelauto’s die aan het personeel ter beschikking worden gesteld? Dan moeten de werknemers in principe  belasting betalen over de bijtelling voor het privégebruik van de bestelauto. Rijdt jouw werknemer op jaarbasis minder dan 500 km privé met deze bestelauto? Dan kan de werknemer, net als voor een personenauto, voor een bestelauto een ‘Verklaring geen privégebruik  auto’ aanvragen. Voor bestelauto’s zijn er daarnaast speciale mogelijkheden om de bijtelling te voorkomen als de werknemer niet privé kan of mag rijden met de bestelauto. Denk daarbij aan:

  • een niet buiten werktijd te gebruiken bestelauto (auto ‘achter het hek’);
  • een verbod op privégebruik bestelauto;
  • een ’Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’. 

Je moet het privégebruik dan wel onmogelijk maken en het autogebruik controleren. Voor het verbod op privégebruik kun je eventueel gebruik maken van een voorbeeldafspraak die je kunt downloaden van www.belastingdienst.nl (voorbeeldafspraak verbod privégebruik bestelauto).

Tip!
Worden de bestelauto’s doorlopend afwisselend gebruikt en is het privégebruik per werknemer niet te bepalen? Dan is  een eindheffing van toepassing van € 438 per bestelauto. Vanaf 2026 wordt deze eindheffing geïndexeerd. Als woon-werkverkeer niet is uitgesloten, leidt dit voor de btw wel tot een volle correctie btw voor privégebruik. Voor de btw is woon-werkverkeer namelijk privégebruik, tenzij je op verschillende plaatsen werkt en daarvoor een auto nodig hebt.


Let op!
Als de bestelauto door zijn aard en inrichting (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen, hoef je geen rekening te houden met een forfaitaire bijtelling. Bespreek jouw situatie met jouw RB.


15 Betaal later belasting: schrijf willekeurig af op bedrijfsmiddelen
Als ondernemer moet je afschrijven op bedrijfsmiddelen als deze in waarde dalen door gebruik. Deze afschrijving is aftrekbaar van de
winst. Soms kun je gebruik maken van willekeurige afschrijving. Dit houdt in dat je sneller mag afschrijven. Je haalt dan de kosten naar
voren en stelt zo belastingheffing uit. Willekeurige afschrijving is er voor milieu-investeringen (VAMIL, tot 75% van de investeringskosten), maar ook voor investeringen door startende 
ondernemers. Startende ondernemers kunnen in 2025 hun
investeringen willekeurig afschrijven, als het maximale investeringsbedrag in 2025 € 392.230 bedraagt.


Tip!
Als je in 2026 het voornemen hebt om te investeren in nieuwe bedrijfsmiddelen, dan kun je wellicht deze investeringen naar voren halen om te profiteren van de willekeurige afschrijving in 2025.


16 Waardeer vorderingen, bedrijfsmiddelen en voorraad af
De bezittingen van jouw onderneming staan op de (fiscale) balans voor de aankoopprijs, verminderd met de afschrijvingen. Dit noemen we de boekwaarde. Als de werkelijke waarde van de bezittingen lager is dan de boekwaarde, kun je deze mogelijk afwaarderen. De  afwaardering komt in mindering op jouw winst uit de onderneming, waardoor je in het lopende jaar minder belasting betaalt.


17 Stel belasting uit: vorm een HIR en onderbouw uw herinvesteringsvoornemen
Heeft jouw onderneming dit jaar bedrijfsmiddelen verkocht tegen een hogere prijs dan de boekwaarde? Dan moet je over deze boekwinst waarschijnlijk belasting betalen. Dit kun je voorkomen door de boekwinst te reserveren in een herinvesteringsreserve (HIR).
Je moet dan wel het voornemen hebben om in hetzelfde jaar of in de drie volgende jaren nieuwe investeringen te doen. Zolang je niet  overgaat tot investeren, moet je jouw herinvesteringsvoornemen aannemelijk maken. Denk aan het vastleggen van de voorgenomen  investeringen in een directiebesluit, aangevuld met vastleggingen van de concrete stappen die je hebt ondernomen om te herinvesteren.  Bijvoorbeeld het aanvragen van offerten of via zoekopdrachten en dergelijke.


Let op!
Onder bijzondere omstandigheden kan de termijn om te herinvesteren worden verlengd. Bijvoorbeeld als de aard van het bedrijfsmiddel  een langer tijdvak vereist of de aanschaffing door bijzondere omstandigheden is vertraagd. Vraag de Belastingdienst in dat geval vóór  afloop van de driejaarstermijn om een verlenging van de termijn. Jouw RB kan je hierbij helpen.


18 Herinvesteer op tijd
Heb je in eerdere jaren een herinvesteringsreserve (HIR) gevormd? Dan blijft deze in principe maximaal drie jaar in stand. Als je niet binnen die tijd investeert, dan wordt de HIR weer bij de winst opgeteld en moet je hierover alsnog belasting betalen.  Een herinvesteringsreserve die in 2022 is gevormd, moet daarom uiterlijk op 31 december 2025 worden gebruikt voor een nieuwe investering in bedrijfsmiddelen. Investeer daarom op tijd. Van een herinvestering is al snel sprake. Het is namelijk al voldoende  als je in 2025 het contract voor de investering tekent. Het bedrijfsmiddel hoeft dus nog niet in 2025 aan je geleverd of door jou betaald te  zijn.


19 Kijk naar de mogelijkheid om een voorziening te vormen
Weet je redelijk zeker dat je in 2026 bepaalde (grote) uitgaven moet doen? Dan kun je misschien jouw winst over 2025 al verlagen door een voorziening te vormen.


Let op!
Een voorziening mag je alleen vormen voor toekomstige uitgaven, als die worden veroorzaakt door feiten en omstandigheden die zich in  2025 of eerdere jaren voordeden. De toekomstige uitgaven moeten ook toe te rekenen zijn aan deze jaren.


20 Beperk de aftrekbeperking voor gemengde kosten
Gemengde kosten zijn kosten die zowel een zakelijk als een privéelement bevatten. Heb je in 2025 gemengde kosten gemaakt? Dan zijn deze tot een bedrag van € 5.700 niet aftrekbaar. Je kunt er echter ook voor kiezen deze kosten voor 80% in aftrek te brengen. Dat is voordelig als de beperkt aftrekbare kosten over 2025 minder dan € 28.500 bedragen.


Let op!
Voor ondernemingen die onder de vennootschapsbelasting vallen, gelden afwijkende regels. Drijf je jouw onderneming als een bv? Dan is  het bedrag van de beperkt aftrekbare kosten gelijk aan 0,4% van het belastbaar loon van werknemers met een minimum van € 5.700. Indien je hiervoor bij de aangifte kiest, wordt tot het loon niet gerekend het loon uit een vroegere dienstbetrekking, zoals bij gepensioneerde werknemers. De bv kan er ook voor kiezen om dit bedrag te vervangen door 73,5% van de werkelijke kosten, als dit bedrag lager is.


 

Print

En verder ...

De tarieven voor particulieren 2026

De tarieven voor particulieren 2026

De tarieven die worden doorberekend aan particuliere cliënten zijn voor 2026 aangepast.

Aangifte IB PVV 2024

Aangifte IB PVV 2024

Heb je behoefte aan hulp bij je aangifte Inkomstenbelasting en Premie Volksverzekeringen 2024? Maak dan een afspraak voor het invullen van je belastingaangifte. Je laat het dan vakkundig door TopBalance verzorgen. Het telefoonnummer is (0181) 68 00 55.

Begeleiding na overlijden

Begeleiding na overlijden

Wanneer iemand overlijdt, zal een aantal zaken geregeld moeten worden.

Copyright TopBalance 2021-2026 Gebruiksovereenkomst Privacybeleid
Back To Top